Nieuws

Column augustus 2010

Volgens de Nederlandse pers en volgens reactie op tennisactueel gaat het slecht met het Nederlandse tennis. De opvolging van de gouden generatie duurt heel lang. En er wordt verwacht dat jonge spelers en speelster van rond de negentien en twintig jaar doorbreken Maar is dat in feite zo? Is er niet een verkeerd beeld van het tennis en de ontwikkeling die een speler moet doormaken om tot de wereldtop te behoren.
Waar bij een sport als de atletiek er een onderverdeling van de junioren kampioenschappen t/m 20 jaar en daarna nog Europese en wereldkampioenschappen van de neo t/m 23 jaar worden georganiseerd, wordt er bij het tennis meteen verwacht dat een 19 jarige in zijn eerste jaar na zijn ITF junioren tijd meteen de top zal bestijgen. Waar het bij de atletiek heel normaal is dat over een jarenlange ontwikkeling wordt gedacht om bij de wereldtop te komen in een onderdeel van de atletiek, is er totaal geen geduld bij het tennis en wordt iedereen al heel vroeg afgeschreven.
Juist de fysieke component en de mentale component zijn bij tennis zeer belangrijke factoren. Er zijn maar een paar uitzonderingen in de geschiedenis waarbij jonge spelers ook meteen bij de top van de wereld stonden. Bij de heren waren dat Boris Becker en Leyton Hewitt en korter geleden bv Marcus Baghdatis. In 2003 speelde hij als nummer 1 van de wereld bij de junioren ook het Future toernooi in Alkmaar om nog voldoende punten te kunnen halen om de kwalificaties van de US Open bij de senioren te spelen. Anderhalf jaar na Alkmaar speelde hij de finale van de Australian Open. Zo snel kan het bij toppers gaan.
Maar het grootste deel van de spelers is minder talentvol. Zij moeten het doen met een langere weg naar de top. Dat is vergelijkbaar met bv het lopen van een marathon. Bij de EK in Barcelona was 50 % boven de dertig jaar. Vaak wordt er bij de marathonlopers gesproken over een top na 20 jaar trainingsarbeid om er fysiek klaar voor te zijn en ook de zwaarte van het mentale van de marathon te kunnen begrijpen en te kunnen beheersen.
Ook bij voetballers zijn er uitzonderlijke spelers die snel doorbreken. Johan Cruijff was in Nederland een voorbeeld hiervan. Maar ook bij voetbal, terwijl de taak meestal beperkter is dan bij tennis, maken de spelers pas later grote vorderingen. Soms is het zelfs zo dat een toptalent niet aan de bak komt en een transfer krijgt naar een mindere vereniging om dan later via transfers op hun 26e bij een grote club te komen. Ook de meeste spelers van de Europese kampioen onder de 21 jaar van 2006 stonden niet allemaal ook in de basis van het gewone Nederlandse elftal. Bij de Olympische spelen werd het elftal versterkt met ”jonkie” Gerald Sibon van 34 jaar!! En daar hoor je niemand over in de pers.
Dus misschien moeten de spelers wel veel later er volledig voor gaan. Als jonge speler eerst de ervaring opdoen wat het is om tegen oudere spelers in de Futures in Nederland te spelen. Daarna hard doortrainen en de Nederlandse Cat 1-toernooien spelen in combinatie met de Futures in Nederland en in de buurt van ons land. Als je uit de Futures ligt voor de woensdag dan kan je nog op een wildcard een Cat 1-toernooi spelen in diezelfde week. Belangrijk is om te blijven spelen en te leren om wedstrijden te winnen.
Pas rond de 21 en 22 jaar is het misschien verstandig om de start te maken met internationaal te spelen verder weg van Nederland. Bij een goede opleiding zullen de spelers volwassener zijn en meer leven als een beroepsspeler en topsporter. Je moet er heel veel voor laten om over jaren bij de top te komen. Om weer terug te komen op de top-marathonlopers van Nederland dan zijn die fulltime met hun sport bezig. Is het niet om km te maken, vaak in trainingskampen op grote hoogtes als Kenia, dan is het wel om te herstellen om de volgende belasting weer aan te kunnen. Om dat te leren moet je volgens mij volwassen zijn en een grote motivatie en zelfdiscipline hebben om bij de wereldtop te komen. Anders dan bij een sport als voetbal, waar een coach als Louis van Gaal discipline eist, moet je het bij tennis vaak alleen doen. Zonder coach in een ver land. Dan moet je wel heel veel zelfdiscipline hebben om te top te halen. Daar moeten vooral de tennisopleidingen zich mee bezig houden tussen pakweg het 18e en 22e jaar!
Baghdatis was de uitzondering in de 12 jaar Future in Alkmaar. Steeds was het een oudere speler, tussen de 21 en 23 jaar die het toernooi won.
Misschien ligt het bij het damestennis anders. Maar ook daar worden in andere sporten leeftijdstoernooien t/m 21 of 23 jaar georganiseerd. Hierbij meet je je met leeftijdsgenoten. En niemand die deze stap overslaat. Na meestal 2 jaar van deze kampioenschappen wordt er een stap richting wereldtop verwacht. En meestal nog 2 of 4 jaar later de stap naar het hoogst haalbare de Olympische titel. Je praat dan over sporters van rond de 28 jaar!!

Dus ik denk dat de grootste winst zou kunnen zijn als de pers en hierdoor ook de publieke mening anders gaat denken en schrijven. Dan krijgen de spelers ook niet steeds onzinnige vragen te beantwoorden over het gat na de gouden generatie, maar kunnen ze in alle rust met goede begeleiding de stap richting de wereldtop maken. Als voorbeeld kan je ook de snelle progressie van Thiemo de Bakker naar voren halen. In 2008 koos hij ervoor om niet op gras te spelen maar om een serie graveltoernooien in Nederland te spelen. Hij won oa het Futuretoernooi in Apeldoorn en Alkmaar. Met de steun van oa Rohan Goetzke werden er snel stappen gezet naar de top vijftig en nu zelfs naar plaats 49 van de wereld.
Dus geduld en een nieuwe kijk op het Nederlandse tennis lijkt mij zinnig.


 

« Terug

» Nieuws archief